Oorlog in Iran, maar de Goudprijs stijgt niet verder. Komt daar nu verandering in?

Oorlog in Iran, maar de Goudprijs stijgt niet verder. Komt daar nu verandering in?
De oorlog met Iran jaagt de energieprijzen omhoog en voedt wereldwijd zorgen over inflatie en economische groei.
In zo’n klimaat zou je verwachten dat goud sterk profiteert als veilige haven, maar het blijft relatief rustig.
Waarom stijgt de goudprijs niet veel harder? Kan de groeiende interesse van institutionele beleggers de volgende grote prijsstijging in gang zetten?
Goud consolideert boven 5.000 dollar: waarom stijgt het (nog) niet verder?
De goudprijs beweegt de afgelopen tijd zijwaarts, ruim boven de $5.000 per ounce en €140.000 per kilo. Sinds begin dit jaar staat daarmee nog altijd een rendement van ruim 20 procent op de teller. Toch roept het uitblijven van een verdere stijging na de escalatie in het Midden-Oosten vragen op. Oplopende geopolitieke spanningen zouden de prijs van een veilige haven als goud immers juist sterk moeten ondersteunen. Wat is er aan de hand?
Vorige week schreven we over de blokkade van de Straat van Hormuz. Bloomberg noemt dit nu de grootste verstoring ooit op de mondiale oliemarkt. Stijgende energieprijzen zorgen voor oplopende inflatieverwachtingen, niet alleen omdat tanken duurder wordt, maar ook omdat olie en gas doorwerken in vrijwel de hele economie: van transport en productie tot voedselprijzen en industriële processen.
Als inflatieverwachtingen stijgen, neemt de kans op renteverlagingen door centrale banken zoals de Federal Reserve af. Een lagere rente heeft historisch gezien juist een positief effect op de goudprijs, omdat edelmetaal zelf geen rente oplevert. Wanneer de rente daalt, nemen de opportuniteitskosten van het aanhouden van goud af en wordt het relatief aantrekkelijker ten opzichte van rentedragende beleggingen voor beleggers.
Een tweede verklaring voor het uitblijven van verdere stijging van de goudprijs is liquiditeit. In periodes van verhoogde onzekerheid zoeken beleggers vaak extra liquiditeit. Goud wordt dan regelmatig gebruikt om cash vrij te maken, margin calls op te vangen of portefeuilles te herbalanceren.
Gaat de goudprijs verder stijgen?
Volgens Ole Hansen van Saxo Bank is het te vroeg om ervan uit te gaan dat de Federal Reserve de rente niet verder zal verlagen. Hogere energieprijzen zorgen inderdaad voor extra inflatie, waardoor de inflatiedoelstelling onder druk komt te staan, maar kunnen tegelijk ook leiden tot afzwakkende economische groei en werkgelegenheid. Er kan dan stagflatie ontstaan. Beleidsmakers komen daardoor voor een dilemma te staan: inflatie bestrijden of economische groei ondersteunen. In zo’n scenario kan de Fed uiteindelijk toch worden gedwongen om de economie tegemoet te komen met onder meer lagere rente.
Ole Hansen schrijft bovendien dat, hoewel de goudprijs op korte termijn nog enige tegenwind kan ondervinden door bovenstaande factoren, de structurele drijfveren achter de sterke vraag naar goud onverminderd aanwezig blijven. De geopolitieke spanningen en de aanhoudende begrotingstekorten, die beleggers bezorgd houden over koopkracht en de waarde van valuta, blijven aanwezig. Sterker nog, bij een langduriger conflict kunnen begrotingstekorten nog sneller oplopen. Overheden zullen extra schulden aangaan vanwege de hogere defensie- en energiekosten. Centrale banken kunnen vervolgens genoodzaakt zijn hun beleid te versoepelen om een oplopende schuldenlast financierbaar te houden.
Daarnaast blijft ook de vraag naar goud vanuit centrale banken een belangrijke steunpilaar onder de markt. Hansen verwacht daarom dat de goudprijs de komende kwartalen kan doorstijgen naar $6.000 per ounce, en dat zilver de grens van $100 opnieuw zou kunnen testen. Ook Bank of America heeft recent $6.000 als twaalfmaands koersdoel voor goud afgegeven.
Institutionele beleggers ontdekken goud
Volgens Michael Widmer, hoofd grondstoffenonderzoek bij Bank of America, is er nog een aanvullende reden om positief te blijven over goud: de allocaties van beleggers zijn volgens hem nog altijd relatief laag. Dat lijkt inmiddels langzaam te veranderen; institutionele beleggers ontdekken goud. We schreven er recent nog een artikel over.
Institutionele beleggers zien goud steeds minder als een nichepositie en steeds vaker als een volwaardig onderdeel van strategische portefeuille-opbouw. Waar jarenlang de klassieke 60/40-portefeuille dominant was, met 60 procent aandelen en 40 procent obligaties, groeit nu de belangstelling voor goud. Onder meer Morgan Stanley heeft erop gewezen dat obligaties in een omgeving van hoge inflatie en lage reële rentes minder bescherming bieden dan voorheen. In 2022 daalden aandelen en obligaties gelijktijdig, waardoor deze traditionele risicospreiding niet langer effectief bleek. Zelfs een beperkte verschuiving van institutioneel vermogen richting goud kan, gezien de relatief kleine omvang van de goudmarkt, aanzienlijke extra vraag creëren.
Deze week verscheen in Het Financieele Dagblad een interview met zo’n institutionele belegger. Thomas van Galen, hoofdstrateeg bij Achmea Investment Management, stelt dat er een fundamentele verandering heeft plaatsgevonden: “De periode waarin de markten konden rekenen op een structureel stabiele omgeving is voorbij, net als de zekerheid van lage inflatie, een vrije wereldhandel en vrij verkeer van kapitaal.”
Hij constateert dat de onafhankelijkheid van centrale banken minder vanzelfsprekend is geworden en ziet het risico op fiscal dominance, waarbij centrale banken een lage rente hanteren om staatsschulden betaalbaar te houden. Ook ziet hij de verschuiving van een unipolaire naar een multipolaire wereldorde, met meer inflatieschokken en instabiliteit, als een belangrijke factor voor de komende jaren.
Hij twijfelt aan de veiligheid van obligaties als belegging in een tijd van hoge inflatiedreiging en aan hun rol in risicospreiding: “Een aantal oude zekerheden gaat niet langer op. Zo is de aloude correlatie verbroken tussen aandelen en obligaties (als aandelen onderuit gaan, stijgen obligaties in waarde). Ze gaan in tijden van stress allebei onderuit.”
Van Galen pleit daarom voor robuustere portefeuilles met reële assets zoals vastgoed, infrastructuur, grondstoffen en goud.
We kunnen dus concluderen dat de goudprijs op korte termijn nog wat tegenwind kan ondervinden, maar op de langere termijn de wind nog in de rug heeft.
Cash in Zwitserse grondwet
Dan nog even een kort bericht uit Zwitserland. Vaste lezers van de weekselectie herinneren zich misschien nog dat we in juni vorig jaar schreven over een mogelijk referendum in Zwitserland om contant geld grondwettelijk te beschermen. Dat referendum heeft inmiddels plaatsgevonden: het behoud van cash wordt verankerd in de Zwitserse grondwet.
Afgelopen zondagavond werd duidelijk dat 73,4 procent van de kiezers instemde met de wetswijziging. De Zwitsers stemden daarbij over twee afzonderlijke voorstellen rond contant geld. Het burgerinitiatief ‘Cash is freedom’ van de Zwitserse Beweging voor de Vrijheid (MLS) behaalde met 46 procent van de stemmen net geen meerderheid. Het parlementaire tegenvoorstel kreeg dus wel ruime steun.
Daarmee sluit Zwitserland zich aan bij landen als Hongarije, Slowakije en Slovenië, waar het recht op fysiek contant geld ook in de grondwet is opgenomen. Voorstanders zien dit als een belangrijke stap om privacy en financiële autonomie te beschermen, juist in een tijd waarin centrale banken werken aan de ontwikkeling van een digitale munt (CBDC).






